Wolspinnen

Zoals ik elders al aangaf werk ik graag met natuurlijke materialen. Een van de manieren om dit te doen is het zelf spinnen van breigarens. De wol betrek ik in de meeste gevallen van schapenhouders in mijn eigen omgeving. Bovenstaande schapen staan op 5 minuten van mijn huis en de vachten kon ik dan ook direct van de eigenaar kopen.

Niet alle schapenvachten zijn echter geschikt om garen mee te spinnen dat je kunt gebruiken voor het breien van kleding. Iedere schapensoort heeft zijn karakteristieken en sommige zijn simpelweg te robuust voor kleding. Het leuke is dat je ook de wol van verschillende schapen en ook andere dieren zoals Alpaca’s, Angorakonijnen en zelfs kamelenhaar kunt combineren om tot een garen te komen dat precies de juiste eigenschappen heeft voor wat je wilt breien. Voorlopig heb ik me beperkt tot het spinnen van vachten van lokale schapen zoals texelaar, de hampshire in bovenstaande foto (links op de foto met die leuke zwarte snoet), zwartbles en alpaca en geverfde wol die ik via het internet aangeschaft heb.

De voorbereiding voor het spinnen van een schapenvacht is best een tijdrovend karweitje, zeker als je net als ik het liefst met “schone” wol wilt spinnen. Niet alle delen van een vacht zijn bruikbaar voor het spinnen en dus begin ik deze meestal direct na aanschaf uit te zoeken. Vieze stukken en zo veel mogelijk van het plantmateriaal wordt eruit gehaald en gaat direct de prullenbak in. Daarna probeer zo veel mogelijk de lokken met eenzelfde lengte bij elkaar te zoeken. De volgende stap is het wassen van de wol, ik begin altijd met een deel in zout water te zetten, dit trekt het meeste vuil eruit. Vervolgens gaat de wol in een speciale waszak gewoon in de wasmachine… met een klein beetje wolwasmiddel en op een koud wolwas programma, waarna de wol het liefst in de buitenlucht gedroogt word. Het resultaat is schone wol met hier en daar nog wat resten plantmateriaal en voldoende lanoline in de vacht om het spinproces fijn te laten verlopen.

Is de wol droog dan is het tijd voor de volgende stap. Afhankelijk van welk garen je wilt gaan spinnen kun je de wol kammen of kaarden. Door het kammen leg je de lokken naast elkaar waarmee je een glad en gestructureerd garen kunt spinnen. Het gebruik van een kaardmolen resulteerd vaak in een luchtiger garen omdat de lokken door elkaar heen liggen.

Omdat ik alleen een kaardmolen heb is de keuze snel gemaakt. Maar ook met de kaardmolen kun je nog heel veel doen, het mixen van vachten met verschillende eigenschappen en stucturen bijvoorbeeld. Of het mixen van verschillende kleuren om zo meerdere gradaties van een kleur uit de vachten te genereren. Een andere mogelijkheid is om de wol voor het kaarden eerst nog te verven en dan de diverse kleuren weer te mengen.

Kortom mogelijkheden te over!

En als dan alle voorbereiding klaar is ben je eindelijk toe aan het spinnen zelf. Zelf gebruik ik een Louët spinnenwiel en heb daarnaast ook nog 2 spintollen. Beide manieren zijn als je eenmaal doorhebt hoe het werkt enorm rustgevend om te doen. Het verloop van dit proces hoop ik later in een andere pagina te beschrijven.